
Jaap Draaisma
Lectoraat
Grootstedelijke Vraagstukken
Amsterdam Jongerenstad
Aandeel jongeren neemt toe, aandeel ouderen neemt af
Paradox: Amsterdam Jongerenstad en toch meer ouderen
Op het symposium van Onderzoek & Statistiek van de gemeente Amsterdam op 8 oktober 2026 ging de aandacht vooral naar de toename van het aantal ouderen in Amsterdam. In het rapport dat gepresenteerd werd, ‘Een stad voor iedereen?’ werden cijfers over de groei van het aantal 65+ ers, 80+ ers en 85+ ers gepresenteerd: Het aantal 80-plussers stijgt fors tot 66.000 en het aantal 85-plussers verdrievoudigt tot ruim 36.000.
Kruyswijk (2026) in Het Parool 8 okt: “Amsterdam vergrijst al jaren en zal ook de komende decennia alleen maar grijzer worden”. De dag daarna verwerkte de krant dit tot de kop: Vergrijzing, Ruim twee keer zoveel 80-plussers in 2050. Met de volgende figuur bij het artikel:
In een oogopslag is te zien dat de bovenste lijn steiler is dan de onderste lijn. De bevolking neemt, heel grofweg, toe van 940.000 in 2025 tot 1.100.00 (+ 160.000) terwijl het aantal ouderen toeneemt van 120.000 tot 200.000 (+80.000). De groei van de bevolking gaat dus aanzienlijk sneller dan de groei van het aantal 65+-ers. Conclusie: de vergrijzing van de Amsterdamse bevolking zal de komende jaren afnemen. Ook al neemt het aantal 65+-er toe, hun aandeel binnen de bevolking neemt af.
Natuurlijk is het van groot belang dat er maatregelen genomen worden om het toenemend aantal ouderen een goede oude dag in Amsterdam te bezorgen. Maar niet omdat Amsterdam steeds verder vergrijsd, want dat is niet het geval.
Amsterdam wordt steeds meer een jongerenstad
De groei van Amsterdam wordt al jaren geheel veroorzaakt door een vestigingsoverschot van 18-29 jarigen. Alle andere leeftijdsgroepen kennen een vertrekoverschot (bij hogere leeftijden klein).
Bron: O&S; bewerking Amsterdam Sorteermachine (https://www.amsterdamsorteermachine.nl/instroom-en-uitstroom-leeftijd-afkomst)
Jongeren is de grootste groep vestigers èn de grootste groep vertrekkers
Zoals in bovenstaande linker figuur duidelijk te zien is zijn de jongeren 18-29 jaar niet alleen de belangrijkste vestigers, maar zijn zij ook de grootste groep vertrekkers. Het vertrek van jongeren tussen 18-29 jaar is veel groter is dan de groep 30-34. Anders dan vaak wordt verondersteld zijn anno nu niet de jonge huishoudens met kleine kinderen (de dertigers 30-39 jaar) de grootste groep die de stad verlaat, maar jongeren onder de 30 zonder kinderen.
Conclusies
Het aandeel jongeren 18-29 binnen de Amsterdamse bevolking neemt toe. Ondanks het feit dat een groot deel van hen de stad al voor hun 30ste heeft verlaten. Een groot deel van hen blijft niet; zij vertrekken (al of niet gedwongen). Jongeren kunnen dus wel de stad binnenkomen (hoe moeilijk dan ook), maar het lukt velen van hen niet hier te blijven. Alom constateert men dat de jeugd van Amsterdam niet in de stad kan (blijven) wonen.
Dagelijks lezen we de noodkreet in de krant; in een willekeurige Parool van 17 oktober:
“Toegang tot een betaalbare woning is voor een hele generatie jonge stedelingen uitgegroeid tot een diepe maatschappelijk crisis. Boot (30) zit daar zelf middenin. Zijn tijdelijke huurcontract loop over anderhalf jaar af” (Parool 17-10-2026 Meike van der Ploeg – De sloop en de bouw zie je maar één keer)
“Het idee dat mijn kinderen en mensen van hun leeftijd niet in de stad kunnen blijven wonen vind ik heel erg.” (Parool 17-10-2026 Robert Vuistje – De stad van ….Trijntje Oosterhuis)
Nog voordat ze aan gezinsvorming en kinderen beginnen hebben ze de stad al verlaten: het dalend kindertal wijst daar ook op.
Jongeren blijven steeds korter in Amsterdam
Hun woonduur in Amsterdam halveerde. Zie artikel en linker figuur hieronder; gemaakt door Amsterdam Sorteermachine op grond van O&S cijfers.
Jongeren kunnen dus steeds moeilijker in Amsterdam blijven wonen, even los van het feit of ze vrijwillig of gedwongen (en alles daartussen) weggaan. Dat zien we ook in de cijfers die O&S op haar symposium ‘Wie komt, Wie blijft, Wie gaat’ op donderdag 8 oktober 2026, presenteerde: zie rechter bovenstaande afbeelding.
Toelichting van O&S
-
Recente migrant: iemand die in het buitenland is geboren en op de peildatum maximaal tien jaar in Nederland woont. De woonduur wordt gerekend vanaf de meest recente immigratie naar Nederland.
-
Eerdere migrant: iemand die in het buitenland is geboren en langer dan tien jaar in Nederland woont.
-
Binnenlandse migrant: iemand die in Nederland, maar buiten de Metropoolregio Amsterdam is geboren en op de peildatum in Amsterdam woont.
-
Niet-migrant: iemand die in de MRA is geboren en op de peildatum in Amsterdam woont.
De groei van de bevolking in de afgelopen jaren is dus grotendeels het gevolg van de toename van het aantal recente migranten uit het buitenland. Hun aantal is meer dan verdubbeld (van 84.640 naar 182.520 tussen 2013 en 2025, terwijl de andere groepen min of meer gelijk bleven. Het aantal binnenlandse migranten daalde zelfs iets: zij komen wel massaal binnen, maar gaan in iets grotere getale ook weer weg.
Behalve dat het aantal migranten uit het buitenland de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld is, is hun aandeel binnen de totale bevolking ook aanzienlijk toegenomen: van 84.640 op 799.350 = 10,6% naar 182.520 op 933.310 = 19,6%. Dus ook bijna verdubbeld. Bijna 20% van de Amsterdamse bevolking bestaat dus uit buitenlandse migranten die hier de laatste 10 jaar zijn gaan wonen. Tellen we hier de recente binnenlandse migranten bij op, dan is zeker een kwart van de bevolking hier minder dan 10 jaar. En aangezien deze nieuwkomers voor het overgrote deel tussen de 18 en 29 jaar zijn betekent die een enorme verjonging van de stad. Wat in deze cijfers niet tot uiting komt is de het grote verschil in verblijfsduur binnen deze groepen; het sorteerproces tussen degenen die in de stad zijn binnengekomen en hier zijn opgegroeid.
Afsluitend
De groei van het aantal ouderen in Amsterdam moet leiden tot gepaste maatregelen. Daarnaast moeten er m.i. maatregelen genomen worden zodat jongeren, zowel vestigers als geboren Amsterdamse jongeren, hier voor een groter deel kunnen blijven wonen. Zij zijn de slachtoffers van de huidige (woningmarkt-) ontwikkeling van de stad.
Amsterdam, 19 oktober 2026
Jaap Draaisma




