top of page

Instroom en uitstroom naar leeftijd en afkomst

Er is een enorme toename van het aantal vestigers en vertrekkers te zien tussen de periode 1998-2000 en de periode 2017-2022. Grofweg een verdubbeling van zowel vestiging als vertrek. Welk deel van de nieuwe inwoners blijft kort en welk deel blijft langer? Maken nieuwkomers een kans in het stedelijk selectieproces om in de stad te kunnen blijven? Of moeten/ willen ze de stad weer snel verlaten? Met andere woorden: wordt Amsterdam een stad van komen en gaan, een doorgangshuis? Of is het voor de nieuwkomers nog mogelijk te wortelen, ontplooien en een bijdrage aan de stad te leveren?

 

De stad zal meer als Sorteermachine functioneren naarmate een groot aantal mensen de stad binnenkomt en verlaat. Hoe meer instroom, hoe groter het selectieproces kan zijn. Naarmate de omvang van vestiging en vertrek hoog is ten opzichte van de omvang van de bevolking, zal de stad meer het karakter van een Sorteermachine krijgen. Naarmate dit karakter toeneemt wordt de werking van dit selectieproces (wie kan er blijven en wie niet) interessanter.

Naar leeftijd
 

Het valt op dat de grootste groep vestiging in de leeftijdscategorie 20-29 zit. Daarnaast is een aanzienlijke instroom in de leeftijdsgroep 30-39 te zien; ongeveer 1/3 ten opzichte van de categorie 20-29. Tot de groep 20-29 behoren vooral studenten die in Amsterdam komen studeren, recent afgestudeerde uit Nederland en de rest van de wereld die in Amsterdam de beter betaalde banen vervullen en jonge arbeidsmigranten. Onder de categorie 30-39 jarige vestigers behoren onder andere groepen met motieven als huishoudvorming, expats en andere arbeidsmigranten.

 

 

Bij de vertrekkers uit Amsterdam zien we in de periode 1998-2000 dat de groep 20-29 jarigen ongeveer even groot is als de groep vertrekkers tussen de 30 en 39. In de periode 2017-2022 is de categorie 20-29 aanzienlijk groter dan categorie 30-39. Hieruit blijkt dat, in tegenstelling tot het verleden, tegenwoordig jongeren de grootste groep vormt die de stad verlaat. De mogelijkheid (en/ of wenselijkheid) voor jongeren om langer in Amsterdam te blijven lijkt dus significant afgenomen te zijn. De groep vertrekkers in de leeftijdscategorie 30-39 is tussen 2017 en 2022 tevens flink toegenomen ten opzichte van 1998-2000. Hieronder valt de groep die traditioneel, sinds de jaren '60 van de vorige eeuw, de stad verlaat: gezinnen die gevormd zijn in Amsterdam, en met één of twee kinderen de stad verlaten. Dit is immers te zien in de grafiek, waar naast het vertrek in de groep 30-39 ook een groot vertrek te zien is in de categorie 0 t/m 9 jaar. Daaruit concluderen we dat een groot deel van de 30-39 jarigen die vertrekt uit Amsterdam bestaat uit gezinnen met een of meer kinderen. De gemiddelde leeftijd van vrouwen die hun eerste kind krijgen in Amsterdam is 32 jaar (Elbrechts, Sleutjes & Smits, 2023). Daarmee kunnen we het vertrek van 0-9 jarigen koppelen aan de leeftijdgroep 30-39 jarigen en dus niet aan de groep 20-29. Daarom noemen wij de categorie 30-39 jarigen de gezinsgroep. Wij definiëren een gezin als een huishouden met een of meer kinderen.

 

In het proefschrift van Hester Booi, senior onderzoeker bij Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam, in mei 2024 wordt de uitstroom van gezinnen in de laatste zestig jaar diepgaand geanalyseerd. Booi concludeert dat de uitstroom van gezinnen nog altijd omvangrijk is, maar dat in de laatste periode ook hogere midden inkomensgroepen gedwongen lijken de stad te verlaten als zij een gezin vormen, ook al willen zij in de stad blijven wonen.

Zoals in de grafiek hieronder te zien is vindt er een omslag plaats in het vertrek naar leeftijd rond het jaar 2008. In de periode 2008-2014, de crisisjaren, daalde het vertrek van de leeftijdscategorie 30-39 en bleef de categorie 18-29 jarigen stijgen. Vanaf 2014, na de crisis, steeg het vertrek van de 30-39 jarigen weer, maar nu blijft het vertrek van de 18-29 jarigen groter.

De groei van het aantal inwoners van de stad is dus voornamelijk te danken aan het vestigingsoverschot (meer vestiging dan vertrek) in de leeftijdscategorie 20-29 jaar. Daarbij valt op dat ook in de groep 10 tot 19 jarigen een vestigingsoverschot te zien is. Dit zijn de middelbare scholieren en de jonge studenten. Alle andere leeftijdsgroepen hebben een vertrekoverschot, dus meer vertrek dan vestiging. Door jongeren groeit de stad, maar zij zijn ook groep die en masse de stad verlaat.

 

Om een scherper beeld te krijgen is hieronder een onderverdeling gemaakt in de leeftijdsgroepen 20-25, 25-30 en 30-35 met hun vertrekcijfers in de jaren 2019 en 2020.

Conclusie uit het vertrek naar leeftijd​

Sinds 2008 verlaten aanzienlijk meer jongeren de stad dan gezinnen. ​Jongeren kunnen steeds moeilijker in de stad blijven en verlaten Amsterdam tegenwoordig nog voordat ze aan gezinsvorming kunnen beginnen. Dit is een bittere bevestiging van de stelling dat Amsterdam steeds meer het karakter krijgt van een Sorteermachine, waarbij jongeren zich wel kunnen vestigen in de stad, hoe moeizaam dan ook, maar deze vervolgens zeer snel weer moeten verlaten.

​​​

Naar afkomst

In opbouw​

​Bronnen:

 

O&S Amsterdam

Elbrecht, A., Sleutjes, B., & Smits, A. (2023, 1 december). Minste geboortes sinds 1997. Website Onderzoek en Statistiek. https://onderzoek.amsterdam.nl/artikel/minste-geboortes-sinds-1997

8 juli 2024​

Scherm­afbeelding 2024-07-05 om 12.14.36.png
Scherm­afbeelding 2024-07-05 om 12.14.59.png
Schermafbeelding 2024-07-05 om 15.05.00.png
Scherm­afbeelding 2024-07-08 om 14.33.12.png

Bron: O&S Amsterdam

Bron: O&S Amsterdam

Bron: O&S Amsterdam

2019

2020

30 t/m 34 jaar

25 t/m 29 jaar

20 t/m 24 jaar

13.116

16.402

13.128

12.673

15.809

13.321

Bron: Amsterdam Onderzoek en Statistiek – 2023 loopvdbevolking vertrek naar leeftijdsgroepen

35 t/m 39 jaar

7.977

7.805

2021

2022

2023

10.429

11.914

14.073

14.590

15.250

15.991

14.414

14.375

14.231

9.185

8.730

8.351

30 t/m 39 jaar

20 t/m 29 jaar

21.105

29.518

25.019

27.164

28.482

30.064

22.582

23.599

23.105

21.126

bottom of page