top of page

Buro Stad & Beeld

Jaap Draaisma

Amsterdam, City of Strangers?

Een essay over migratie, thuisvoelen en vervreemding 

Thuis voelen en "de ander"

 

Amsterdam presenteert zich graag als een stad van vreemdelingen. Een stad waarin talloze diaspora’s samenleven en waarin verhalen van vertrek, aankomst en nieuwe wortels elkaar kruisen, aldus het filmprogramma Diaspora Diaries van LAB111. Het beschrijft Amsterdam als een van de meest multiculturele steden ter wereld, gevormd door generaties mensen die hun thuisland verlaten en elders een nieuw bestaan opbouwen. In die verhalen keren steeds dezelfde vragen terug: waar hoor ik thuis? Wie ben ik tussen verschillende culturen? En kan een thuis meer zijn dan een plek op de kaart? (LAB111, 2026).

Die vragen zijn actueler dan ooit. Terwijl migratie wereldwijd toeneemt, groeit in Europa ook de angst voor de vreemdeling. Het debat gaat meestal over aantallen, grenzen en beleid, maar daaronder schuilt een meer existentiële vraag: wat betekent het om je thuis te voelen?

 
Ballingschap: tijdelijk of voor altijd?

 

De Turkse schrijfster Ece Temelkuran (2026) beschrijft in haar boek Nation of Strangers hoe het is om in ballingschap te leven. Ballingschap verschilt van gewone migratie. De balling vertrekt niet vrijwillig, maar omdat blijven onmogelijk of gevaarlijk is geworden. Vaak leeft daarbij het idee dat het vertrek tijdelijk zal zijn: zodra het gevaar geweken is, keer je terug.

Toch blijkt die tijdelijkheid vaak een illusie. Hoe lang duurt een ballingschap? Voor Armeniërs in Parijs, Molukkers in Nederland of Oekraïners in Amsterdam kan een tijdelijke situatie ongemerkt een permanent bestaan worden. Daarbij komt vaak een gevoel van schuld tegenover degenen die achterblijven. Vanuit hun nieuwe woonplaats blijven zij zich vaak inzetten voor hun land van herkomst, waarmee zij de band met het verloren thuis deels kunnen behouden.

Temelkuran (2026) wijst bovendien op een onderscheid tussen de balling en de vluchteling. De balling wordt vaak gezien als een interessante intellectueel, iemand die op podia zijn verhaal mag vertellen. De vluchteling moet daarentegen zijn verhaal bewijzen tegenover de immigratiedienst. Waar de balling erkenning krijgt, krijgt de vluchteling vooral wantrouwen.

 

Daarom stelt Temelkuran (2026) voor om ons allemaal te zien als strangers, vreemdelingen. Niet omdat iedereen letterlijk ontheemd is, maar omdat niemand volledig samenvalt met zijn omgeving en identiteit. Volgens haar kan juist dat besef een basis vormen voor solidariteit (Temelkuran, 2026).

 
Zijn wij allemaal vreemdelingen?

 

Toch roept die gedachte vragen op. Want veel mensen voelen zich helemaal geen vreemdeling. Zij voelen zich thuis in hun dorp, stad of land. Ze kennen de omgeving, spreken dezelfde taal als hun buren en herkennen zichzelf in de cultuur om hen heen. Voor hen is de vreemdeling juist de ander.

 

Dat sluit aan bij een klassieke gedachte uit de filosofie. Jean-Paul Sartre schreef: “L’enfer, c’est les autres” – de hel, dat zijn de anderen. De mens bestaat als individu, maar wordt voortdurend geconfronteerd met de blik van anderen. Daardoor voelen we ons beoordeeld, beperkt of gedwongen ons aan te passen (Sartre, 1943). Maar dezelfde gedachte kan ook anders worden gelezen. Misschien worden wij juist mens door onze relatie met anderen. Zonder de ander zouden we geen taal leren, geen identiteit ontwikkelen en geen betekenisvolle relaties aangaan. De ander is dan niet de hel, maar een voorwaarde voor ons bestaan.

 

Toch blijft de onbekende vreemdeling vaak een bron van onzekerheid. Mensen zijn zelden bang voor migratie als abstract verschijnsel. Ze zijn bang voor wat zij niet kennen. Opvallend genoeg richten die angsten zich niet op alle migranten in gelijke mate. Buitenlandse studenten, expats of Oekraïense vluchtelingen worden vaak anders bekeken dan arme vluchtelingen uit Afrika of het Midden-Oosten. Huidskleur, religie en sociale status spelen daarin een belangrijke rol.

 
Vreemdeling in eigen land

 

Een belangrijk deel van het hedendaagse migratiedebat gaat niet over de migrant, maar over de gevoelens van de ontvangende samenleving. Veel mensen ervaren dat hun omgeving snel verandert. Zij zien andere talen op straat, andere gewoonten, andere religies en een andere samenstelling van buurten en steden. Veel van de vertrouwde voorzieningen zijn verdwenen. Sommigen krijgen daardoor het gevoel dat zij zelf vreemdeling worden in hun eigen omgeving.

Dat gevoel mag niet zomaar worden weggezet als onzin of racisme. Voor veel mensen raakt het aan een fundamentele behoefte aan vertrouwdheid en continuïteit. Mensen willen zich veilig voelen op de plek waar zij wonen. Tegelijkertijd ontstaat er een probleem wanneer dat gevoel wordt vertaald in het idee dat sommige groepen geen “echte” Nederlanders zouden zijn. Dan verandert een gevoel van verlies in uitsluiting van anderen.

Temelkurans (2026) uitspraak dat “wij allemaal vreemdelingen zijn” schiet hier tekort. Veel mensen willen juist géén vreemdeling zijn. Zij verlangen naar een plek waar zij zich thuis voelen. De uitdaging ligt daarom niet in het ontkennen van verschillen, maar in het erkennen ervan zonder daaruit hiërarchieën af te leiden.

De constructie van de ander

 

Schrijfster Karin Amatmoekrim (2026) laat zien hoe de grens tussen “de Nederlander” en “de ander” steeds verder vervaagt. Juist op het moment dat mensen met verschillende achtergronden steeds meer deel uitmaken van dezelfde samenleving, lijkt de angst voor verschil toe te nemen.

Volgens Amatmoekrim (2026) is “de ander” niet zomaar een bestaande categorie, maar ook een constructie. Door de geschiedenis heen is de ander vaak neergezet als fundamenteel verschillend, vreemd of minderwaardig. Dat gebeurde bijvoorbeeld om kolonialisme en slavernij te rechtvaardigen. De ander werd voorgesteld als iemand die niet volledig bij de beschaving hoorde.

Die logica werkt nog steeds door. Een probleem zoals de woningnood zorgt voor onzekerheid en wordt vaak toegeschreven aan migranten. Verschillende politici versterken deze opvatting door migratie voor te stellen als de oorzaak van vrijwel alle maatschappelijke problemen.

 

Daarbij valt op dat het debat zich vooral richt op asielzoekers en vluchtelingen, terwijl die slechts een klein deel vormen van de totale migratie. Over arbeidsmigranten, internationale studenten en expats wordt veel minder gesproken, ondanks hun zichtbare invloed op de woningmarkt, arbeidsmarkt en stedelijke ontwikkeling. De emotionele lading concentreert zich vooral rond de vluchteling als symbool van de vreemdeling (Amatmoekrim & Endedijk, 2026).

 
Het verlies van thuis

 

Migratie heeft echter nog een andere kant. Voor degene die vertrekt betekent migratie vaak het verlies van een vertrouwde wereld. De migrant of balling komt terecht in een omgeving waarin taal, gewoonten en sociale codes onbekend zijn. Je weet niet precies wat je kunt zeggen, hoe je jezelf moet presenteren of hoe anderen je zien. Dat gevoel van ontheemding kan diep ingrijpen in iemands waardigheid (Temelkuran, 2026).

Temelkuran (2026) waarschuwt dat ook veel Europeanen in de toekomst hun gevoel van thuis kunnen verliezen als extreemrechtse bewegingen sterker worden. In haar ogen zijn mensen die al ontheemd zijn geraakt een mogelijke voorbode van wat anderen nog te wachten staat. Daarom pleit zij voor een nieuwe definitie van thuis. Die zoektocht begint niet met het ontkennen van verschillen, maar met de vraag hoe mensen met verschillende achtergronden samen een thuis kunnen delen. 

 

Wat Temelkuran (2026) niet noemt is het gevoel van ontheemding en vervreemding van een ander deel van de Europese bevolking dat juist mede de kern vormt van de opkomst van extreemrechts. 

 
Iedereen recht op thuis voelen

 

Misschien ligt de oplossing niet in de gedachte dat iedereen hetzelfde is, maar juist in het besef dat niemand volledig hetzelfde hoeft te zijn om gelijkwaardig te zijn. Migratie heeft de Nederlandse samenleving, economie en cultuur, diepgaand gevormd. Veel van wat vandaag als typisch Nederlands wordt beschouwd, is het resultaat van eeuwenlange uitwisseling van mensen, ideeën, producten en tradities. De Nederlandse identiteit is nooit een statisch gegeven geweest. 

Dat betekent niet dat gevoelens van verlies of vervreemding niet bestaan. Ze bestaan wel degelijk. Maar ze hoeven niet te leiden tot vijandigheid tegenover de ander. Zowel de gevestigde bewoner als de nieuwkomer verlangen uiteindelijk naar hetzelfde: erkenning, veiligheid en een plek waar zij zich thuis kunnen voelen. De vraag is daarom niet of we verschillen kunnen laten verdwijnen. Dat zullen we nooit kunnen. De vraag is of we een samenleving kunnen bouwen waarin verschillen niet automatisch leiden tot wantrouwen.

Misschien is dat de werkelijke uitdaging van een stad als Amsterdam: niet een stad zonder vreemdelingen worden, maar een stad waarin niemand tot vreemdeling wordt gemaakt. Iedereen heeft recht op een thuisgevoel. Niemand zou veroordeeld moeten zijn om voor altijd de ander te blijven.

 
De vertrouwde vreemdeling

Het gevoel van thuisvoelen kan op meerdere lagen worden gecreëerd. Diepgaande connecties aangaan zorgt voor een sociaal netwerk, je creëert een netwerk van kennissen en vrienden waardoor je je meer gaat thuisvoelen. Een andere essentiële laag het thuisvoelen bevordert in een stad, ligt tussen de vreemdeling en de kennis in; de 'vertrouwde vreemdeling'. De gezichten die je herkent op straat of in de supermarkt. Een diepgaande band is er niet, vaak is de naam zelfs onbekend, maar wel genoeg om elkaar te herkennen en te groeten. De waardering voor deze licht vertrouwde personen zorgt ook voor een gevoel van thuis, van familiariteit. Dit vormt een basis voor het aangenaam samenleven met onbekenden in een stad (Kok, 2017). 

Architecte Arna Mačkić (2026) kijkt naar waar architectuur ontmoeting tussen verschillende leefwerelden faciliteert. Waar het alledaagse leven zich afspeelt maar ook plaats is voor onverwachtse interacties. Dit zijn plekken waar de vertrouwde vreemdeling elkaar ontmoet. Architecten dragen daarbij een verantwoordelijkheid bij het ontwerp van de fysieke leefomgeving, zowel gebouwen als de openbare ruimte, om hiermee rekening te houden, zodat leefwerelden elkaar blijven kruizen en deze ontmoetingen blijven plaatsvinden waardoor de scheiding tussen mensen doorbroken wordt (Mačkić, 2026).

 
Positieve kant: de stad als bron van nieuwe energie

 

Migratie wordt in het publieke debat vaak besproken in negatieve termen van problemen, druk of verlies. Maar migratie is juist ook vaak een bron van energie, creativiteit en vernieuwing. Om je leven te verplaatsen van de ene plek naar de andere, vaak in een onbekende taal en cultuur, zijn doorzettingsvermogen, flexibiliteit en aanpassingsvermogen nodig. Juist deze eigenschappen hebben steden altijd geholpen zich te ontwikkelen. Grote steden zijn historisch gezien plekken waar nieuwkomers kansen zoeken, ondernemingen starten en nieuwe ideeën introduceren. 

Een multiculturele stad brengt bovendien een grote verscheidenheid aan ervaringen, tradities en perspectieven samen. In steden als New York wordt die diversiteit nadrukkelijk gevierd. In 2022 telde de stad zo’n 7300 kleine supermarktjes gerund door immigranten die dienen als ontmoetingsplaatsen waar gemeenschappen ontstaan en ontwikkelen. Jaarlijkse festivals en parades maken zichtbaar dat de identiteit van de stad juist wordt gevormd door haar verschillende bevolkingsgroepen (Soudagar, 2026).

Ook in Amsterdam zijn winkels, marktkraampjes en restaurants te vinden die verbonden zijn met verschillende migratiegeschiedenissen. Ze maken het voor nieuwkomers gemakkelijker om een gemeenschap op te bouwen en geven tegelijk vorm aan het stedelijke leven als geheel. Daarmee laten migrantengroepen zien dat zij niet alleen in de stad wonen, maar zich de stad ook eigen maken en zich hier thuis voelen.

 

Toch blijkt de waardering voor die diversiteit in Amsterdam vaak tegenstrijdig. Culturele verscheidenheid wordt geprezen als verrijking, terwijl beleidsmakers tegelijkertijd met argwaan kijken naar buurten waarin één bevolkingsgroep dominant aanwezig is. Concentraties van migranten worden dan gezien als een teken van gebrekkige integratie of als een risico voor de sociale cohesie (Soudagar, 2026). Dat roept een vraag op: wanneer is een gemeenschap een waardevolle uitdrukking van verbondenheid, en wanneer wordt zij gezien als een probleem? 

 
Sorteermachine

 

De discussie over thuis voelen hangt ook sterk samen met tijdelijkheid. Amsterdam functioneert steeds meer als een sorteermachine: een plek waar mensen komen, tijdelijk verblijven en vervolgens weer verdwijnen. Zo bouwt bijvoorbeeld een deel van de internationale studenten en expats hier een leven op, ontwikkelen vriendschappen, raken vertrouwd met de omgeving en voelen zich er thuis. Maar juist op het moment dat zij wortels beginnen te schieten, moeten (of willen) velen weer vertrekken. De tijdelijkheid van het verblijf in Amsterdam zorgt ervoor dat tijdelijke migranten minder wortels kunnen schieten waardoor hun bijdrage aan de stad gering blijft. 

 

Tijdelijkheid maakt het moeilijk om duurzame banden met een plek op te bouwen. Mensen investeren minder in een buurt wanneer ze weten dat hun verblijf van korte duur is. Tegelijkertijd ervaren velen hun tijd in de stad als waardevol en betekenisvol. Ze voelen zich thuis, ook al weten ze dat dat thuis tijdelijk is.

 

De ervaring van ontheemding treft niet alleen nieuwkomers. Ook veel Amsterdammers die in de stad zijn geboren en opgegroeid, ervaren dat zij steeds minder mogelijkheden hebben om er te blijven wonen. Door stijgende huizenprijzen en schaarste worden zij naar de randen van de stad of zelfs daarbuiten geduwd. Net als migranten verliezen zij een plek waarmee zij zich verbonden voelen.

 

Hier raken twee vormen van ontheemding elkaar. De migrant die zijn thuisland heeft verlaten en de Amsterdammer die zijn eigen stad moet verlaten, delen een vergelijkbare ervaring: het gevoel dat een plek die ooit als thuis voelde, niet langer vanzelfsprekend beschikbaar is. Het debat over thuis voelen gaat daarom uiteindelijk niet alleen over migratie, maar ook over de vraag wie in de stad de mogelijkheid krijgt om wortels te schieten en een toekomst op te bouwen.

23 juni 2026

 

Bronnen:

 

Amatmoekrim, K., & Endedijk, B. (2026, 27 mei). Hoe migratie de Nederlandse identiteit allang heeft veranderd. NRC Vandaag.

 

Kok, A. (2017). Binding genoeg: De stad en het geheim van aangenaam samenleven. stadsessays trancity*valiz.

LAB111. (2026, 30 maart). Diaspora diaries: Stories about movement, memory & belonging. https://www.lab111.nl/diaspora/ 

 

Mačkić, A. (2026). Vertrouwde vreemden. Essay Dag van de Architectuur 2026. Stichting CoLA.

Sartre, J. P. (1943). Huis clos: suivi de Les Mouches.

 

Soudagar, R. (2026, 2 juni). Geliefde stop in stad die nooit stilstaat. Het Parool.

 

Temelkuran, E. (2026). Nation of Strangers: Bouwen aan een nieuw thuis in de 21ste eeuw. Uitgeverij Pluim.

© 2023-2026 by Zina.

bottom of page